19 februari 2026
De Rotterdamse haven als CCS-hub: samenhang maakt het verschil
Wie Carbon Capture and Storage (CCS) ziet als puur het afvangen, transporteren en opslaan van CO₂, mist de essentie. In de Rotterdamse haven gaat het om een geïntegreerd systeem waarin infrastructuurpartijen, industrie en staatsbedrijven samenwerken. Juist die samenhang maakt CCS betaalbaar, betrouwbaar en opschaalbaar — essentieel om de CO₂-uitstoot te verminderen in Europa’s grootste industriecluster.
De ambitie van de Rotterdamse haven is duidelijk: in 2050 wil zij een klimaatneutrale haven zijn. Door hernieuwbare energie, circulaire grondstoffen en duurzame materialen te produceren, dragen bedrijven in de haven direct bij aan internationale klimaatdoelen en versterken zij de strategische autonomie van Europa.
Om deze rol te vervullen, ondergaat de haven een fundamentele transformatie. Het energiesysteem wordt aangevuld met waterstof en elektrificatie, fossiele grondstoffen maken stap voor stap plaats voor duurzame alternatieven en circulaire ketens worden opgebouwd. Nieuwe infrastructuur voor restwarmte, waterstof en CO₂ verbindt bedrijven en creëert schaalvoordelen. CCS fungeert hierin als noodzakelijke brug: zolang volledige emissievrije productie nog niet overal mogelijk is, maakt grootschalige CO₂-opslag directe CO2-reductie haalbaar.
Rotterdam als CO₂-hub
In de Rotterdamse haven komen meerdere industriële CO₂-stromen samen op één vrij-toegankelijk, gedeeld, nieuw aangelegd transportnetwerk. Raffinaderijen en waterstofproducenten leveren hun afgevangen CO₂ aan een gezamenlijke backbone. Via een verzamelleiding en een centraal compressorstation wordt de CO₂ naar uitgeproduceerde gasvelden onder de Noordzee vervoerd voor veilige, permanente opslag.
Met Porthos is de basis gelegd voor deze gedeelde en vrij-toegankelijke CO₂-infrastructuur. Dankzij de samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN) is de keten van transport en opslag robuust, veilig en efficiënt en kostenefficiënt ingericht. Havenbedrijf Rotterdam brengt kennis van het industriële cluster en de marktdynamiek in, Gasunie heeft ervaring met grootschalige energie-infrastructuur en EBN levert expertise over de ondergrond en offshore CO2-opslag.
De Porthos-leiding die dwars door de haven loopt heeft een capaciteit van 10 Mton CO2 per jaar. Porthos gaat initieel jaarlijks 2,5 Mton transporteren en opslaan, waarna andere fabrieken, zoals producenten van biobrandstoffen en chemische producten, later ook van deze leiding gebruik kunnen maken. Door deze schaalbaarheid levert het gedeelde CCS-netwerk een substantiële bijdrage aan de klimaatdoelen. Nieuwe projecten sluiten aan en bouwen hierop door aan de ontwikkeling van een open, uitbreidbaar netwerk voor transport via schepen en opslag in en naar andere uitgeproduceerde gasvelden op de Noordzee.
Van project naar netwerk
Porthos is bewust ontworpen als fundament voor een groter schaalbaar systeem. Aramis ontwikkelt dit verder met een open toegangssysteem waarbij CO₂ via pijpleidingen, per trein of per schip kan worden aangevoerd en naar offshore opslagvelden wordt getransporteerd. Met een potentiële capaciteit van tientallen miljoenen tonnen per jaar markeert dit project de volgende fase in de ontwikkeling van Rotterdam als internationale CO₂-hub.
Initiatieven zoals CO₂next, dat een vloeibare CO₂-terminal op de Maasvlakte ontwikkelt, vergroten de flexibiliteit van het netwerk en maken deelname mogelijk voor bedrijven die niet direct op een pijpleiding zijn aangesloten. Vanaf 2032 zullen verbindingen met Duitsland en België de positie van Rotterdam als knooppunt voor CO₂-transport verder versterken, zowel nationaal als Europees. Zó ontstaat geen verzameling losse projecten, maar een open infrastructuurnetwerk dat meegroeit met de behoeften van industrie en samenleving. Waar de focus in eerste instantie ligt op het snel voorkomen van CO₂-uitstoot uit processen waarvoor nog geen koolstofarme alternatieven beschikbaar zijn, kan in de toekomst ook opslag van biogene CO₂ en directe afvang uit de lucht bijdragen aan een verdere afname van CO₂ in de atmosfeer. Ook voor het gebruik van CO₂ uit biogene bronnen als bouwsteen voor de chemie is de huidige aanleg van de infrastructuur voor CO₂ van belang.
Waarom samenhang cruciaal is
De kracht van CCS in Rotterdam zit in de onderlinge samenhang. Door infrastructuur en netwerkstandaarden te delen, dalen de kosten per ton CO₂ en faciliteert dit netwerk de verdere ontwikkeling van het Nederlandse CCS-netwerk. Porthos is niet voor niets gestart in de Rotterdamse haven. Hier is veel industrie vlak bij elkaar gevestigd die hun CO₂-uitstoot willen terugbrengen. Dit gedeelde netwerk van meerdere industriële partijen creëert gezamenlijk een volume dat opslagprojecten tegen de laagste kosten mogelijk maakt. Tegelijkertijd verhoogt de netwerkstructuur de betrouwbaarheid: als één bron tijdelijk minder levert of één reservoir tijdelijk minder kan opslaan, blijft het gehele CCS-systeem functioneren dankzij het netwerk van aangesloten producenten en opslag partijen. De clusterbenadering maakt bovendien verdere groei mogelijk; hiermee kan in één keer een groot deel van de industriële uitstoot in Europa verder worden aangepakt. Omdat het netwerk modulair kan worden uitgebreid met nieuwe leidingen, bedrijven en opslagvelden, ontstaat een infrastructuur die decennialang relevant blijft. Het verschil is wezenlijk: hier wordt geen tijdelijk project gerealiseerd, maar een toekomstbestendig systeem opgebouwd voor transport van CO₂-voor opslag of hergebruik.
Van ambitie naar realiteit
De energietransitie vraagt meer dan technologische innovatie; zij vraagt organisatiekracht, samenwerking en een lange adem. In Rotterdam is CCS geen geïsoleerde maatregel, maar onderdeel van een geïntegreerd energie- en grondstoffensysteem waarin ook waterstof, warmte, circulaire grondstoffen en duurzame logistiek samenkomen.
Zo groeit in de Rotterdamse haven stap voor stap een open, schaalbaar en toekomstbestendig CO₂-netwerk dat niet alleen emissies terugdringt, maar ook de basis legt voor een duurzaam en concurrerend energiesysteem voor Nederland en Europa.