12 maart 2026
Verduurzaming van de industrie: een kwestie van én-én, geen of-of
De industrie staat voor een dubbele uitdaging: concurrerend blijven én in hoog tempo decarboniseren. Zeker in en rond Rotterdam het kloppende hart van de Europese industrie en innovatie– is die urgentie voelbaar.
Ondanks de sterke uitgangspositie staat het Rotterdamse industriecluster onder druk, door hogere energieprijzen ten opzichte van buurlanden, netcongestie en het aanhoudende stikstofvraagstuk. Hierdoor verslechtert het investeringsklimaat, terwijl juist nu investeringen nodig zijn om over te stappen op nieuwe, duurzame technologieën.
Meerdere sporen tegelijk
Er bestaat geen enkele maatregel die op zichzelf voldoende is. Verduurzaming vraagt om een slimme combinatie van elektrificatie, gebruik van koolstofarme waterstof, efficiëntieverbetering, circulariteit én CO₂-afvang en -opslag (CCS). CCS is essentieel waar emissies moeilijk te vermijden zijn en kan op korte termijn grote reducties mogelijk maken. Om de klimaatdoelen te halen is de inzet van ook deze technologie nodig.
Stroom in plaats van fossiel
Elektrificatie is een belangrijke route naar minder CO₂-uitstoot. Door processen die nu nog draaien op fossiele brandstoffen over te zetten op hernieuwbare elektriciteit, kan de uitstoot fors omlaag. Dat vraagt echter om een aanzienlijke uitbreiding van het elektriciteitsnet en voldoende beschikbaarheid van betaalbare groene stroom.
Waterstof als schakel voor zware industrie
Waterstof is een cruciale schakel, met name in sectoren waar zeer hoge temperaturen nodig zijn of in industrieën waar waterstof al als grondstof wordt ingezet, zoals in de chemie en raffinage. Groene waterstof, gemaakt met duurzame elektriciteit, kan aardgas vervangen, maar de benodigde productiecapaciteit en infrastructuur moeten nog op grote schaal worden ontwikkeld. “Waterstof is essentieel om de industrie te verduurzamen. Daarom investeren we nu in een landelijk waterstofnetwerk. Het eerste deel hiervan, in Rotterdam, is inmiddels klaar,” aldus Helmie Botter, Directeur Waterstoftransport bij Gasunie.
Efficiëntie en circulariteit als directe winst
Ook energie-efficiëntie en circulariteit dragen bij aan CO₂-reductie. Slimmere processen, warmteterugwinning en het gebruik van gerecyclede of biobased grondstoffen kunnen de vraag naar fossiele grondstoffen en energie aanzienlijk verlagen. Toch blijven er sectoren waarin zelfs bij maximale inzet op deze maatregelen substantiële emissies overblijven. In de cement- en kalkindustrie ontstaat CO₂ niet alleen door verbranding, maar ook door chemische reacties in het productieproces. Zulke procesemissies zijn moeilijk, en soms onmogelijk, te vermijden. Andere sectoren zoals raffinaderijen maken intensief gebruik van waterstof, gemaakt op basis van aardgas (grijze waterstof). Nu groene waterstof nog niet overvloedig beschikbaar is, biedt CO₂-afvang die leidt tot koolstofarme waterstof een oplossing voor snelle CO₂ reductie.
CCS voor onvermijdelijke emissies
Juist in die gevallen komt CCS in beeld. Deze technologie vangt CO₂ bij de bron af en slaat het permanent op. In Nederland krijgt dit concreet vorm via het Porthos-project, dat CO₂ van bedrijven in het Rotterdamse havengebied transporteert en permanent veilig opslaat in uitgeproduceerde gasvelden onder de Noordzee. Porthos slaat tot 2,5 miljoen ton CO₂ per jaar op. De CO₂‑reductie die met het Porthos-systeem bereikt kan worden staat gelijk aan de volledige jaarlijkse CO₂‑uitstoot van ongeveer 560.000 Nederlandse huishoudens. CCS is daarmee een pragmatische oplossing voor emissies die op korte termijn niet anders kunnen worden vermeden. Gemmeke Groot, projectdirecteur Porthos zegt hierover: “CCS is geen alternatief voor verduurzaming, maar een aanvulling. Voor procesemissies in bijvoorbeeld raffinage en chemie is het op dit moment de enige realistische manier om grote volumes CO₂ snel te reduceren.”
Versnelling in plaats van vertraging
Critici vrezen dat CCS de transitie zou vertragen, maar voorstanders benadrukken dat de technologie juist versnelling mogelijk maakt. De ontwikkeling van volledig klimaatneutrale productiemethoden kost immers jaren, zo niet decennia. CCS kan in de tussentijd grote volumes CO₂ reduceren en zo bijdragen aan het behalen van klimaatdoelen zonder dat productiecapaciteit verdwijnt. In het kader van een weerbaar Europa is behoud van industrie, die in staat is te decarboniseren, tenslotte van groot belang. CCS past daarom in een bredere strategie richting klimaatneutraliteit en strategische autonomie. Het is een bouwsteen binnen een groter systeem, naast elektrificatie, waterstof en circulaire productie.
Voorwaarden voor succes
Dat de industrie moet verduurzamen, staat buiten kijf. De vraag is vooral onder welke voorwaarden. Bedrijven hebben stabiel beleid nodig, zodat investeringen met een looptijd van tientallen jaren verantwoord zijn. “Door deelname aan Porthos brengen wij de CO₂-uitstoot van onze raffinaderij straks met meer dan 20% terug. Shell wil graag blijven investeren in verduurzaming, maar heeft daar wel een aantrekkelijk investeringsklimaat voor nodig, betaalbare energie en een gelijk speelveld voor de Nederlandse industrie ten opzichte van het buitenland,” benadrukt Richard Zwinkels, General Manager Shell Pernis raffinaderij. Infrastructuur is daarbij een cruciale randvoorwaarde: zonder pijpleidingen voor waterstof en CO2, zonder voldoende netcapaciteit en zonder toegang tot opslaglocaties blijft de transitie steken in goede bedoelingen.
Joost Hooghiem, Director CCS bij EBN onderkent nog een belangrijke voorwaarde voor succes, namelijk de rol van publieke partijen. “Publieke organisaties zoals EBN spelen een belangrijke rol in het opbouwen van een nieuwe markt, zoals de CCS‑markt. Door onze aandeelpositie in CO2-transport, zoals Porthos en Aramis én in de 10 CO2-opslagen op de Noordzee en het inbrengen van kennis, zorgen wij voor stabiliteit, risicoreductie en langetermijnzekerheid. Daarmee creëren we het vertrouwen dat nodig is om investeringen en samenwerking van de grond te krijgen. Zo bouwen we vertrouwen om van ambitie naar actie te komen: bij industrie, bij de samenleving en in onze gezamenlijke weg naar een klimaatneutrale toekomst.”
Een even belangrijke randvoorwaarde is betaalbare energie; internationale concurrentie wacht op niemand.
Samenwerking in sterke clusters
De decarbonisatie van de industrie vraagt om nauwe samenwerking tussen bedrijven, overheden en infrastructuurbeheerders. In sterke industriële clusters kunnen infrastructuurkosten worden gedeeld en schaalvoordelen worden benut. Dat maakt clusters tot een krachtige motor achter de versnelling van de energietransitie. Zoals Egbert van der Wal, Director Port Development bij Havenbedrijf Rotterdam het formuleert: “De Rotterdamse haven heeft niet alleen de uitdaging om zélf klimaatneutraal te worden, maar vervult ook een sleutelrol voor het slagen van de klimaatneutrale en circulaire samenleving door de energie, producten, materialen en logistieke diensten die ze levert. Rotterdam is bij uitstek een plek waar bedrijven, overheid en infrastructuurpartners samen werken aan CO2-reductie van het cluster, en Porthos is daar een goed voorbeeld van.
Samenhang is de sleutel tot succes
Uiteindelijk is het geen keuze tussen technologieën, maar een combinatie ervan. Elektrificatie waar het kan, waterstof waar het nodig is, circulariteit waar het loont en CCS waar emissies anders onvermijdelijk blijven. Wie de klimaatdoelen serieus neemt, kanzich niet permitteren technieken uit te sluiten.. De uitdaging is groot, maar de instrumenten zijn beschikbaar. Nu is het zaak ze doelgericht en samenhangend in te zetten.
Porthos is een samenwerkingsverband van Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN). De eerste klanten die CO2 aanleveren op de verzamelleiding van Porthos zijn Shell, Air Liquide, Air Products en ExxonMobil. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door een financiering van de Europese Commissie.