28 januari 2026

Een innovatieve aanpak met bewezen techniek voor CO₂-reductie

2030 komt snel dichterbij. Daarmee ook de deadline voor de klimaatdoelen die Nederland en Europa zichzelf hebben gesteld om de opwarming van de aarde af te remmen. Met het Porthos-project doet Nederland als eerste in de Europese Unie daadwerkelijk wat nodig is: CO₂ permanent opslaan. Het project zet nu al grote stappen richting veilige, snelle en grootschalige CO₂-reductie en levert daarmee concrete bijdragen aan de klimaatdoelen. Tegelijk vormt het project een stap op weg naar een klimaatneutrale Rotterdamse haven in 2050.

Porthos is het eerste project in de Europese Unie dat deze aanpak echt realiseert. Het is niet slechts een concept: de uitvoering is gestart, en grote stappen richting operationele CO₂-opslag zijn al gezet. De uniciteit zit niet zozeer in de techniek, want die is bewezen, maar vanwege de fundamenteel andere benadering.

Geen individueel project, maar publieke infrastructuur
Porthos is geen commercieel project van één marktpartij, maar een publiek-gedragen infrastructuur met een open-accessmodel. Het project is tot stand is gekomen vanuit een intensieve publiek-private samenwerking: een coalitie van bedrijven en overheden met één gedeeld doel: CO₂-reductie en het bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Opvallend is ook dat de klanten voor de CO₂-afvang al ruim vóór de start van dit CCS-project zijn gecontracteerd. In het voortraject kon iedere industriële partij onder gelijke voorwaarden aansluiten. In internationale CCS-projecten is toegang vaak beperkt tot de oorspronkelijke initiatiefnemers.

Waar veel CCS-projecten in het buitenland zijn opgezet rond één specifieke industriële installatie, is Porthos ontworpen als een open infrastructuur voor een volledig industriecluster. Het project – een samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN – transporteert CO₂ van meerdere industriële bedrijven via één gezamenlijk netwerk naar lege gasvelden onder de Noordzee, waar de CO₂ permanent wordt opgeslagen.

Collectieve infrastructuur als versneller
Die collectieve aanpak vormt een belangrijk verschil met bestaande CCS-initiatieven. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn projecten vaak gekoppeld aan individuele fabrieken of energiecentrales, met maatwerkoplossingen per locatie. Porthos doorbreekt dat model door één gedeelde backbone te bouwen waarop bedrijven kunnen aansluiten. Het Aramis-project dat nu in ontwikkeling is, sluit in de toekomst aan op de infrastructuur die Porthos nu aanlegt.

Doordat bedrijven en organisaties gebruik kunnen maken van een collectief systeem, ontstaan investeringsvoordelen. Porthos is daarmee niet alleen een technisch project, maar ook een beleidsinstrument: het verlaagt de drempel voor brede industriële deelname aan CO₂-reductie. Juist voor sectoren als raffinage, chemie en waterstofproductie — waar volledige elektrificatie op korte termijn nog niet haalbaar is, biedt CCS via Porthos een realistische route om emissies toch snel te verlagen.

Hergebruik van bestaande offshore-infrastructuur
Een ander belangrijk verschil is de keuze om bestaande olie- en gasinfrastructuur te hergebruiken. In plaats van alles nieuw te bouwen, wordt CO₂ opgeslagen in uitgeproduceerde gasvelden onder de Noordzee. Deze velden staan na gaswinning op lage druk en worden met CO₂ weer op druk gebracht.

Het platform en de putten waarmee jarenlang aardgas is gewonnen, zijn omgebouwd voor CO₂-injectie. Die keuze verlaagt de kosten en versnelt de realisatie, maar bracht ook unieke technische uitdagingen met zich mee — bijvoorbeeld op het gebied van drukopbouw, materiaalgedrag en putintegriteit. Deze zijn opgelost via een specifiek projectontwerp en uitvoerig getest.     

Permanente CO-opslag
Porthos kiest bewust voor permanente CO₂-opslag zonder hergebruik voor extra fossiele winning, zoals bij Enhanced Oil Recovery (EOR) gebeurt. Waar zulke toepassingen wel tijdelijke opslag opleveren maar tegelijk nieuwe olie- en gasproductie stimuleren, slaat Porthos CO₂ op in lege gasvelden zonder commerciële herwinning. Daardoor is de klimaatwinst structureel en niet verbonden aan nieuwe fossiele activiteiten.

Brugtechnologie tijdens verduurzaming
Tegelijk wordt het project nadrukkelijk gepositioneerd als brugtechnologie: het helpt de industrie de periode tot 2030 en 2040 te overbruggen terwijl alternatieven zoals groene waterstof, elektrificatie en circulaire grondstoffen verder opschalen. Opslag onder de zeebodem heeft daarmee toegevoegde waarde zolang andere verduurzamingstechnieken nog onvoldoende schaalbaar en betaalbaar zijn, en past binnen het Nederlandse klimaatbeleid als aanvullende maatregel in een breder transitiepakket.

Strategisch belang voor industrie en economie
De economische inzet is groot. Zonder CCS dreigt een deel van de energie-intensieve industrie Nederland te verlaten, met verlies van werkgelegenheid, kennis en strategische positie tot gevolg. Met Porthos behoudt Rotterdam – en daarmee Nederland – een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven die willen verduurzamen én concurrerend willen blijven.

In tegenstelling tot sommige buitenlandse CCS-projecten, die primair gericht zijn op emissiereductie binnen één sector, combineert Porthos klimaatdoelen met industriebeleid: het project ondersteunt zowel CO₂-reductie als het behoud van een sterke industriële basis.

Meer dan techniek
Daarmee is Porthos meer dan een technisch opslagproject. Het is een strategische keuze die tegelijk bijdraagt aan klimaatambitie, economische continuïteit en internationale concurrentiekracht. Rond september dit jaar verwachten we het project operationeel te hebben. De vijftien jaar die volgen, zullen laten zien hoe krachtig deze combinatie in de praktijk is.

Eén conclusie is nu al gerechtvaardigd: Porthos doet het – is als eerste in de EU in uitvoering. Zónder Porthos wordt de weg naar een klimaatneutrale Rotterdamse haven – én een concurrerende Nederlandse industrie – aanzienlijk langer.