22 oktober 2025

“Samen verantwoordelijkheid nemen voor een nieuwe markt”— Joost Hooghiem (EBN)

Joost Hooghiem is sinds kort Business Unit Director CCS bij Energie Beheer Nederland (EBN) en vanuit die positie lid van de Porthos-Stuurgroep, naast vertegenwoordigers van de andere twee aandeelhouders Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie. Met bijna twintig jaar ervaring bij Gasunie — onder andere in Business Development en projecten rond transport van waterstof — brengt hij een stevige dosis kennis én urgentie mee. “Ik was niet van nature groen, maar ik maak me inmiddels echt zorgen over het tempo van de transitie. We moeten versnellen.”

Wat Hooghiem drijft, is samenwerken aan grote maatschappelijke opgaven. CCS is daar een goed voorbeeld van. “Die opgave wordt steeds urgenter aangezien andere ontwikkelingen in de energietransitie langer duren. CCS zorgt ervoor dat er minder CO2 uitgestoten wordt in de atmosfeer; essentieel om verdere opwarming van de aarde nu tegen te gaan.”

Welke rol zie jij voor publieke partijen zoals EBN bij het opbouwen van de CCS-markt?
“EBN heeft als beleidsdeelneming een unieke positie. We zijn geen commerciële concurrent, maar een publieke partner met een opdracht. Dat geeft ruimte om te investeren in kennis, infrastructuur en samenwerking. CCS is geen bestaande markt die je kunt uitbreiden — het is een nieuwe waardeketen die we samen moeten bouwen. Daarin zie ik EBN als een partij die verbindt, versnelt en vertrouwen geeft.”

Wat zijn volgens jou de grootste kansen en bedreigingen voor CCS?
“De grootste kans is dat we CCS relatief snel kunnen inzetten als tussenoplossing om CO₂-uitstoot te reduceren waar dat nog niet anders kan. Maar die kans kunnen we alleen benutten als we tempo maken. Onzekerheid, hetzij in politiek, hetzij in tijdslijnen, geeft onrust waardoor marktpartijen vaak niet de stap voorwaarts nemen en afwachten. Belangrijk dus om vaart te maken, zodat partijen weten wanneer infrastructuur gereed is en zij al hun beslissingen daarop kunnen afstemmen. Een nieuwe markt is niet geholpen met onzekerheid — en Nederland of het klimaat evenmin. CCS is, zeker met transport via pijpleidingen, een veilige en kostenefficiënte oplossing om de hoeveelheid uitstoot naar de atmosfeer te remmen.”

Welke rol speelt kennis in het opbouwen van die markt?
“Kennis is cruciaal. Niet alleen technische kennis, maar ook kennis van regelgeving, financiering en samenwerking. EBN heeft daarin een hele sterke positie. We doen ook veel aan kennisontwikkeling en kennisuitwisseling, zowel nationaal als internationaal. Organisaties zoals EBN hebben als publieke partij de mogelijkheid om hier één van de belangrijkste spelers in te zijn: we verbinden alle componenten en spelers binnen de CCS-markt. Maar kennis alleen is niet genoeg. We moeten ook realisatiekracht tonen. Dat betekent: investeren, projecten van de grond krijgen, barrières wegnemen en partijen bij elkaar brengen.”

Stel, we spreken elkaar over vijf jaar. Wat wil je dan bereikt hebben?
“EBN staat qua CCS nu op een mooi moment: er is een ‘groeistuip’ gaande, zeker met de aankondiging vanuit het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) afgelopen voorjaar, waarbij Gasunie en EBN de voortrekkersrol kregen binnen Aramis. Porthos gaat volgend jaar injecteren en laat zien dat het kan: technisch en commercieel. Met Aramis laten we de mogelijkheden van opschaling zien, en daarnaast ontwikkelen we samen met andere operators ook een tiental opslagprojecten op zee.

Deze groei vraagt ook iets van EBN en onze teams. Ik ben er trots op dat ik samen met de collega’s een belangrijke steen mag bijdragen. Dus over een aantal jaar hoop ik dat we kunnen zeggen: we hebben CCS echt opgeschaald. Dat er voldoende opslagcapaciteit is voor de CO₂ die we nog niet kunnen vermijden. En dat EBN wordt gezien als een betrouwbare partner — niet alleen vanwege onze kennis, maar ook vanwege onze realisatiekracht. Persoonlijk hoop ik dat mijn ongeduld heeft bijgedragen aan deze voortgang. Want ik ben van nature ongeduldig, ja. Maar wél met een doel: het klimaat wacht namelijk niet.”